De fameuze Kaaps-Maleisische gerechten vinden niet hun oorsprong bij de Maleisische slaven die in de 17e eeuw aan de Kaapkolonie in Zuid-Afrika te werk werden gesteld. Kaapse kruidige gerechten als 'bobotie' zijn eerst in Nederland en andere Europese landen uitgeprobeerd. Dat is de opmerkelijke bevinding van de huishoudkundige Hettie Claassens (70) die aan de Universiteit van Pretoria is gepromoveerd op deze culinaire kwestie.
Claassens deed diepgaand onderzoek naar de specerijenhandel op de Indonesische archipel, waarvoor de Nederlanders, zoals bekend, in 1652 aan de Kaap hun verversingsstation vestigden. Voor Claassens zat er een luchtje aan de gevestigde opvatting dat de geïmporteerde slaven een nieuwe kookstijl meebrachten. Die slaven waren namelijk te arm om met de toen nog kostbare specerijen uit hun land van herkomst te gaan kokkerellen.
De evolutie van boerenkool naar bototie heeft volgens de promovenda een andere weg afgelegd. Claassens' onderzoek toont aan dat de Nederlanders en Belgen in hun thuislanden eerst met de nieuwe kruiden zijn gaan experimenteren en dat via die omweg de Kaapse voedselcultuur is ontstaan. Zo was de Kaapse lekkernij 'vis in kerriesaus' al rond 1500 in België bekend.
