Als het regent en tegelijkertijd schijnt de zon, dan schijnen de nog levende heksen pannenkoeken te bakken. Dat was iets wat me als klein jongetje verteld werd. Een leuk sprookje natuurlijk en ik heb dit ook geprobeerd op mijn dochtertje over te brengen maar dat is mislukt. Pannenkoeken, zo sprak deze driejarige, worden op het pannenkoekschip gemaakt.
Pannenkoeken eet je alleen als je geschminkt bent als piraat en tenminste voor een oog een lapje hebt. Bovendien is het lekkerste van pannenkoeken eten het kinderijsje wat daarna komt. Dus eten wij voortaan pannenkoeken op een schip. Daarna loop ik door de stad met een meisje waar ik, voordat ze naar bed gaat, nog een kwartier op moet poetsen.
2 eieren
2,5 deciliter karnemelk
4 eetlepels gesmolten boter
125 gram bloem
1 eetlepel suiker
2 theelepels bakpoeder
1 halve theelepel zout
Roer de eieren, de karnemelk en de gesmolten boter door elkaar. Vermeng de bloem met de suiker, het bakpoeder en het zout. Roer nu beide mengsels door elkaar. Verhit een ingevette koekenpan en bak de pannenkoeken aan beide kanten goud bruin.
