Hoe zat nou ook al weer? Je nieuwe vriend(innetje) wil een halfzacht gekookte eitje, maar ja. Jij eet ze altijd keihard. Dat kun je natuurlijk niet maken. En je hoort de spottende stem al: 'kun je nog niet eens een ei koken?' En dat kun je wel. Natuurlijk kun je dat, alleen hoeveel minuten was het ook al weer voor een halfzacht eitje?
Om op een handige plek in de keukenla te verstoppen (of uit je hoofd te leren):
4 min: zacht gekookt ei, bij de boterham
5 min: halfzacht gekookt: zachte dooier, gestold eiwit
6 min: halfhard gekookt ei, geschikt voor vele warme eiergerechten en meestal smakelijker dan het hard gekookte ei
8 min: hard gekookt ei, voor liefhebbers en koude eiergerechten
10 min: zeer hard, om te kruimelen en fijn te wrijven.
Dus. Neem een pannetje vul het met zoveel water dat de eitjes onder water staan. Haal de eieren weer uit de pan. Breng het water aan de kook. Leg de eieren voorzichtig met een lepel in het kokende water. De kooktijden zijn gerekend vanaf het moment dat het water weer begint te koken. Als de juiste kooktijd is verstreken, haal je het pannetje van het vuur en laat je de gekookte eieren onder de koude kraan schrikken. Dan garen ze niet verder en laat het velletje makkelijk los.
Wat kan er nu nog mis gaan?
Uiteraard is de exacte kooktijd ook afhankelijk van de grootte van de eieren. Ook moeten kakelverse en ijskoude eieren een minuutje langer koken dan een supermarkteitje op kamertemperatuur.
