Het ideaal: een keuken met een grote tafel in het midden en openslaande deuren die leiden naar de tuin. Vlak bij de uitgang een kruidenperkje met alles wat je wenst: geurende basilicum en tijm, pittige lavas voor de soep en fijne dille die je naast de zalm op je bordje legt.
De realiteit: geen woonkeuken, geen openslaande deuren en geen kruidentuin. Dat betekent echter niet dat je de verse kruiden ook moet vergeten! In een potje op de vensterbank of het balkon kan het een en ander best gedijen.
Kruiden die zich snel ergens thuis voelen zijn peterselie en tijm. Vooral tijm heeft nog wel eens de neiging te snel te willen groeien en put de grond erg uit. Houd die maar apart in een potje. Bieslook en kervel zijn ook niet de moeilijkste. Alle vier houden ze van een licht en beschut plekje en zijn ze winterhard. In een potje bevriezen worteltjes wel eerder dan in de grond. Bij strenge vorst moet je ze dus binnen houden!
Basilicum, dille en koriander zijn ook erg lekker maar wat wispelturiger. Zo slaat basilicum de ene keer goed aan en eet je de hele zomer pesto uit eigen bak, de andere keer laten de plantjes het steeds afweten. Het is belangrijk om de plantjes sterk te laten worden voordat je ze buiten zet. Ze houden van warmte en beschutting. Dille geeft zelfs de voorkeur aan een plekje in de volle zon.
De sterkste plantjes krijg je door ze zelf op te kweken. En dat is nog eens heel leuk ook! Moeilijk is het niet. Je hebt alleen wat potaarde, bakjes tijd en aandacht en - natuurlijk - zaadjes nodig. Rond maart en april is het de beste tijd om je eigen kruidentuintje op te zetten. Je kunt de plantjes meteen in de pot opkweken. Gebruik niet te veel zaadjes, je kunt er van uit gaan dat uit ieder tweede zaadje een plantje opkomt! Strooi de zaadjes in kleine potjes of bakjes met aarde en zet ze op een warme lichte plek in de vensterbank. De ontkiemende zaadjes moeten goed vochtig worden gehouden, maar niet wegzwemmen. Een plantenspuit is daarvoor handiger dan een gieter. Houd het spulletje goed in de gaten en je zult zien dat die kleine opgroeiende plantjes je zo lief worden dat het haast zielig is om ze op te eten!
