Veel van wat we tegenwoordig eten heeft een lange geschiedenis. Zeker in de verschillende vleeswaren zijn veel oude gebruiken te herkennen.
Vroeger werd het vlees geslacht op de plek waar het vee leefde: op de boerderij. Er waren nog geen koelcellen en dus zocht men naar manieren om het vlees langer te kunnen bewaren. Daarom werd het vlees gezouten, gerookt, gekookt en gedroogd. Daar hebben wij al die lekkere vleeswaren als spek, rookvlees en ham aan te danken.
Ook de restproducten van het vlees werden benut, bijvoorbeeld om (lever)worst of pate mee te maken. Ook van bloed werd - vermengd met meel, zout en wat kruiden worst gemaakt: bloedworst. Zeker in het Zuiden van ons landje kunnen ze nog steeds buigen over een rijke traditie in het maken van bloedworsten. Een beetje zoetig van smaak met een vleugje kaneel is de bloedworst met gebakken appel een ware delicatesse.
De meeste mensen zullen toch echter de voorkeur geven aan andere worstjes: een geurige salami of een smakelijke rookworst. Met een ouderwets lekkere stampot natuurlijk!
