De aardappel komt oorspronkelijk uit het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte. De Inca's waren al eeuwen echte aardappeleters. In de 16e eeuw namen de Spanjaarden de aardappel mee naar Europa. Maar pas in de 19e eeuw werd de aardappel hier populair in alle lagen van de bevolking. Dit kwam doordat de aardappel goedkoper was dan graan, dat tot die tijd het meest werd gegeten.
Lekker gezond
De laatste tijd wordt de aardappel steeds meer naar de achtergrond verdrongen, door de opkomst van rijst en pasta's. En dat is jammer. Want in een aardappel zitten alle acht essentiele aminozuren, vitamine A, B1, B2 en B6, foliumzuur, panthoteenzuur, niacine en vitamine C. Bovendien bevat de aardappel geen grammetje vet en maar heel weinig calorieën. Als je op een dag vier gekookte aardappels eet, heb je al een kwart van de vitamine B en de helft van de vitamine C binnen, van de dagelijkse behoefte.
.................
